Algemeen

Algemene informatie over de Wet Maatschappelijke Ondersteuning

 

Denk mee . . . Praat mee . . . Doe mee . . . !!

 

De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) heeft als doel, dat iedereen, met of zonder een beperking, volwaardig aan de samenleving kan deelnemen.
De Wet is op 1 januari 2007 in werking getreden en wordt door gemeenten uitgevoerd.
Gemeenten krijgen een grote vrijheid bij het uitvoeren van Wmo beleid.
Eén keer per 4 jaar stelt de gemeente een Beleidsplan Wmo op. Hierin beschrijft zij het te voeren beleid en de plannen en ontwikkelingen op alle 9 prestatievelden (zie de beschrijving van de verschillende prestatievelden op deze website).

Het beleid moet gericht zijn op een samenleving waarin iedereen kan meedoen.
Dit noemt men inclusiefbeleid. Meedoen geldt voor jonge mensen én oude mensen, gezonde mensen én mensen met een beperking.
Er is ook een groep mensen die als gevolg van armoede niet volwaardig kan meedoen.
Mensen die, door welke omstandigheden dan ook, niet volwaardig kunnen meedoen, moeten gecompenseerd worden. Dit betekent dat zij door hun omgeving en/of met ondersteuning van gemeente, organisaties, hulpverleners of individuele hulpmiddelen, in staat worden gesteld mee te doen aan de samenleving.
Enkele voorbeelden hiervan zijn: vrijwilligers die zich inzetten voor mensen met een beperking, thuiszorgorganisaties, huishoudelijke hulp, financiële tegemoetkomingen, woningaanpassingen, tafeltje dekje, regiotaxi, rolstoel etc.

Wmo vraagt om een andere manier van denken en doen. 
Dit geldt voor ambtenaren en voor hulpverleners. Dit geldt ook voor de burger zelf. Wmo vraagt om een intensieve samenwerking tussen de gemeente en organisaties en instellingen op het gebied van wonen, zorg en welzijn.

Wmo vraagt om:

  • eigen verantwoordelijkheid van de burger
  • de vraag van de burger die centraal staat
  • het leveren van hulp en ondersteuning “op maat”
  • actieve burgers die meedenken en meepraten over beleid en ontwikkelingen
  • een pro-actieve opstelling van alle partijen. Knelpunten moeten zoveel mogelijk van tevoren worden opgelost
  • een manier van denken en doen vanuit de totale persoon en niet alleen vanuit de ziekte of beperking die iemand heeft
  • het handelen vanuit oplossingen en niet vanuit problemen
  • het zoeken naar mogelijkheden om de burger zelfredzaam te maken en zo lang mogelijk zelfredzaam te houden

De vraag die gesteld moet worden is: “wat heeft deze persoon nodig om mee te kunnen doen in de samenleving?”  Hoe kan iemand zo lang mogelijk zelfredzaam blijven?Samen moeten we deze cultuuromslag tot stand brengen. Burgers, belangenorganisaties, overheid en instanties op het gebied van wonen, zorg en welzijn!!

Fontys Hogescholen heeft i.s.m. de Koepel van Wmo Raden een mooie en begrijpelijke serie “Wmo-gestript” gemaakt over Maatschappelijke Ondersteuning: